De pikzwarte djern van ’t Blekermeer Opgroeien in de eeuwenoude traditie van houtskoolbranden op de Veluwe

Ria van Marion – Beekman (1939), haar familie brandde al houtskool sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. © Lian van der Zon
Ria van Marion – Beekman (1939) werd naar eigen zeggen geboren in de houtskool. Haar familie brandde al houtskool sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. Na de dood van haar vader, Gerbrand Beekman (1903-1955), ging Ria helpen in het bedrijf.

“Ik ben opgegroeid in Uddel, tussen het Uddelermeer en het Blekermeer. Het was een heel groot terrein. Prachtig bosrijk. Mijn zusjes en ik werden ook wel ‘de djerns van ’t Blekermeer’ genoemd. Ik had een oudste zuster en drie jongere. Maar ik was wel een van de ondeugendste, geloof ik. Als jong kind van een jaar of drie zat ik al in de houtskool. Ik ging veel naar de fabriek. Dan was ik pikzwart. Mijn moeder vond het vreselijk. Ze heeft mij toen zwarte onderbroeken aangepast.

Houtskoolbranden met meilers

De meilers brandden drie weken. Daarna moesten ze nog drie weken afkoelen. Als er een meiler gebouwd werd, werd er eerst een cirkel gemaakt. Daar werd kort hout opgelegd. In het midden was er een gleuf die vrij bleef. Daar werd weer hout in opgestapeld. Daarna werden er plaggen en vervolgens zand overheen gedaan. Bij het gat dat bovenaan was opgebleven werd de meiler aangestoken. Meestal gebeurde dat met een aangestoken krant die naar beneden werd gegooid. Dan kwam het proces op gang.

De mantel

De meilers brandden in de mantel, een plek in het Kroondomein vlakbij het Aardhuis. Het was
omgeven door bossen. Dat vond ik zo mooi. De branders zaten in een heel oud vertrek. Op stro sliepen ze. En ze kookten hun eigen potje. Eens kwam ik er toen er net iemand aan het koken was. Zijn familie had een kip gebracht, en hij was net kippensoep aan het maken. En toen zei hij: ‘moe je d’r wat van pruuve?’ Het was zo zout! ‘Ja’ zei hij toen, ‘ik heb heel Boekelo d’r in gegooid.’ Zulke grapjes konden ze maken. Ze waren heel humoristisch.

In het bedrijf

Ik was zestien toen mijn vader overleed. Toen ik van de HBS kwam (ik was een jaar of 19) ben ik het bedrijf ingegaan en heb meegeholpen op kantoor. Ik wilde dat graag, want mijn moeder stond er alleen voor. Eerst ging ik mee met iemand om hout te meten, voor de houtzagerij. Later ben ik de lonen gaan doen. Dat ging toen allemaal met de hand. En als er overgewerkt moest worden, dan hielp ik mee brood te smeren voor het personeel.

Een revolutie

18 juni 1965 zijn mijn man, Leen van Marion, en ik getrouwd. Eind van dat jaar kwam hij bij ons in bedrijf. Hij heeft een overal aangetrokken en alles geleerd over houtskoolbranden. Onder zijn leiding werd het hele bedrijf langzamerhand gemoderniseerd. In 1967 introduceerde hij een nieuwe manier van branden, met ketels. Twee jaar later, in 1969 is er voor het laatst op de ouderwetse manier gebrand met meilers. De ketels van mijn man hebben voor een revolutie gezorgd. Het brandproces duurde nu geen drie weken, maar drie dagen.”

Interviewer en auteur: Lian van der Zon  

Locatie


Reageer op dit verhaal

Stuur hier een reactie op bovenstaand verhaal. Je hoeft niet per sé in te loggen bij Disqus, een bijdrage leveren als gast is ook mogelijk. Vul wel altijd een e-mailadres in. Aanvullende afbeeldingen plaatsen, kan ook, mits rechtenvrij.

comments powered by Disqus

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl