
Het afwisselende Gelderse landschap heeft door de eeuwen heen op velen een grote aantrekkingskracht uitgeoefend. Het was een geliefd decor voor tientallen landgoederen, buitenplaatsen en zomerverblijven.
Bekende architecten werden aangetrokken en er werden grootschalige parken aangelegd met fonteinen en cascades. Maar ook schilders werden geïnspireerd door de woeste bossen, idyllische beken en watervalletjes. Langs de Veluwezoom (Oosterbeek, Wolfheze, Renkum, Heelsum en Doorwerth), maar ook op de Veluwe in de omgeving van Nunspeet waren in de 19de en begin 20ste eeuw vele kunstschilders werkzaam in de trant van de School van Barbizon. Evenals beroemde kunstenaars als Corot en Millet schilderden zij landschappen 'en plein air'. Ook het rivierenlandschap vormde een belangrijke inspiratiebron en werd oa. door IJsselschilder Jan Voerman sr op vele doeken vereeuwigd.
Gelderland kent een aantal belangrijke kunstverzamelaars. Zo legde Helene Kröller-Müller met haar collectie de basis voor het museum dat haar naam draagt. Het opmerkelijke mecenaat van Henriette Polak-Schwarz heeft vele beeldend kunstenaars en musici geholpen zich te ontplooien. Museum Henriette Polak vult, dankzij haar bijzondere interesse, met zijn collectie een hiaat in de figuratieve kunst uit de tweede helft van 20ste eeuw.
“De Vloer” is in 1997 ter gelegenheid van het 1000-jarig bestaan van Deest ontworpen door kunstenaar Hans van Lunteren. Over zijn werk zegt hij: “het is een plattegrond van een onzichtbaar...