'Wanneer we elkaar weerzien zullen, weten we niet.'
Van de familie Kuipers ontving vereniging Het Museum onlangs een wel heel bijzondere schenking: alle belangrijke dingen die herinneren aan de activiteiten van Piet en Heleen Kuipers ('Oom Piet en Tante Riek') tijdens de oorlog. Het postuum aan Tante Riek uitgereikte verzetskruis hoort erbij, en haar laatste levensteken: een berichtje, dat zij op een WC-papiertje krabbelde en dat uit de trein werd gegooid die haar naar Ravensbrück zou brengen. Verder klappers met foto's en documenten, waarbij de omvangrijke correspondentie van Piet Kuipers opvalt, waaruit blijkt hoe wanhopig hij op zoek was naar tekenen van leven (of overlijden) van zijn echtgenote, kort na de bevrijding. Ook de brief die hierbij is afgedrukt zit erbij.
Twee dagen voor het schrijven van brief waren Piet en Heleen Kuipers overhaast hun huis aan de Willinkstraat ontvlucht. Een 'goede' politieman had hen gewaarschuwd, dat het te gevaarlijk voor hen werd in Winterswijk. Nog terwijl ze hun vertrek aan het voorbereiden waren, bereikte hen om drie uur het bericht, dat een politiemacht, die een inval in de Willinkstraat moest voorbereiden, om vier uur op het bureau moest zijn. Tijd om afscheid te nemen van de kinderen was er niet meer; daarom deed Piet middels deze brief een beknopt verslag van de gebeurtenissen aan dochter Eddie, die op dat moment bij familie in Katwijk logeerde.
Het paar, dat zo veel mensen aan een onderduikplek had geholpen, kende zelf geen adres waar ze op terug konden vallen. Maar op 26 mei belandden ze bij de villa 'De Grens' van de familie Van Schuppen in Bennekom. Dat was dus 'ergens in Nederland', waar vandaan de brief moet zijn verzonden.
Gelukkig voor ons heeft Eddie geen gehoor gegeven aan de wens van haar vader, de brief te verscheuren.
Wim Scholtz
|
De familie Kuipers in 1933. V.l.n.r.: Helmer, Piet jr., Clara, Heleentje, Piet, Heleen, Eddie. Acht jaar later werd weer een familieportret gemaakt. Daaruit maakte fotograaf Ribbink de uitvergroting van het portret van Tante Riek, dat in bijna alle werken over het verzet staat afgedrukt. |
Ergens in Nederland
26 Mei 1944
Lieve Eddie,
Wat we zoolang al hebben zien aankomen is gebeurd. We zijn uit elkaar geslagen en zijn nu gelijk zwervers en uitvaagsel van de maatschappij. Maar je weet, Eddie, dat we alles gedaan hebben voor menschen die in gelijke omstandigheden verkeerden als wij nu. We hebben geholpen waar wij meenden dat het noodig was.
't Gebeurde Woensdag; ik lag nog op bed, maar stond op omdat het gevaarlijk begon te worden. Moeder heeft tot het laatst toe gewaarschuwd en gezorgd. Alleen niet voor onszelf. Wij hebben niets bij ons dan dat we aan hebben.
We gingen met de trein van vier uur richting Arnhem en Clara ging mee, om 4.07 richting Zutfen te gaan naar Bussum.
Om kwart voor 5 zijn 10 politie agenten ons huis binnengedrongen, hebben alles doorzocht en niets gevonden; de jongens werden vastgehouden.
Toen wij in Arnhem aankwamen, riep de stationsomroeper, dat Mevr. Kuipers uit W'wijk zich melden moest bij ’t stationsbureau, dat we natuurlijk niet deden. Later bleek ons, dat de politie opdracht hiertoe had gegeven en erbij gezegd was, dat er in W'wijk met één v/d jongens een doodelijk ongeval had plaats gehad.
Onze angst was groot; gelukkig bleek later dat dit alles slechts een val was geweest om ons thuis te krijgen.
Al deze bijzonderheden mag je niet weten, verscheur dus deze brief en onthoud de inhoud. Vergeet dit nooit!
Wij zijn goed terecht gekomen, en worden liefderijk verpleegd. Onze jongens zijn nog thuis, maar we hebben ze laten weten dat ze ook moeten onderduiken. Waarheen? Wij weten 't niet. Heleentje zit bij de buren; we hebben 't kind niet eens gegroet. Ze heeft ook geen kleren maar kan ze misschien nog uit huis halen.
Zoo juist hooren we dat de jongens ook gevangen zijn genomen. Kind, bid voor hen en voor ons.
Jij moet ook in Katwijk blijven; mag niet terug naar de school. Daar kennen ze je adres. Overleg maar met Oom Niek.
Wanneer we elkaar weer zien zullen, weten we niet. God weet het alleen en geve Hij dat dat spoedig mag zijn.
Vertrouw op God, Eddie en houdt moed.
Je je liefh
Vader Moeder
Lieve kind, een heel dikke zoen en zij in alles Gode bevolen. Laten we elkaar in het gebed voor Gods troon vinden. Bid voor de jongens veel.
Je Moeder
Ga jij maar even naar Bussum en vertel daar de inhoud van deze brief.

