Sporen van kruisridders in Bergh?

Door: John Thoben

Door een gelukkig toeval viel mij enige tijd geleden een boek in handen van Robert Rentenaar, in 1985 uitgegeven door het P.J. Meertens-Instituut. Het draagt de titel: 'Vernoemingsnamen. Een onderzoek naar de rol van de vernoeming in de Nederlandse toponymie'. (1)  Een machtig interessant boek. Het draagt een groot aantal antwoorden aan op de altijd weer intrigerende vraag: waar komt toch die plaatsnaam vandaan?

In de gemeente Bergh hebben wij ook zo'n intrigerende naam, waarvan wij graag de oorsprong zouden willen weten: Montferland. Alle coryfeeën van de geschiedvorsing in onze streek - zoals A.P. van Schilfgaarde, Rijksarchivaris in Gelderland en archivaris van Huis Bergh (2), Toon van Dalen, onze eigen Liemerse streekhistoricus (3), Friedrich Gorissen, de vermaarde stadsarchivaris van Kleef (4) - hebben er fanatiek op gestudeerd. Zij zijn het er over eens dat de naam oorspronkelijk 'Montferrand' is (in die gedaante komt hij rond 1300 in ons Berghse archief voor), maar op de vraag waar hij vandaan komt, hebben zij geen bevredigend antwoord kunnen vinden. De genoemde Robert Rentenaar kan het ook niet zeggen; hij citeert J.A. Huisman (5) die suggereert dat Montferrand is genoemd naar de uit 1115 daterende kruisvaarderburcht Montferrand in Syrië, maar hij kan zich met diens argumenten niet verenigen. Hij denkt zelf aan een Frans kasteel en besluit: 'Het motief voor de naamkeuze is mij evenwel duister.' (6)

Lang voordat mij het prachtige boek van Robert Rentenaar in handen viel, had ik al intens op Montferrand gestudeerd en ook een spoor gevonden in de richting van de kruistochten. En ik denk dat de heer Huisman heel dicht bij de waarheid zit.
Nu ga ik u geen volledig verslag doen van mijn speurtocht naar de oorsprong van Montferland: dat kunt u lezen in mijn boek 'Het Kerspel Beek in de Liemers'. (7) Zo'n verslag zou uit het kader van Old Ni-js springen. Maar er is wel een uitermate interessante passage die het probleem bekijkt door een heraldische bril, dat is: vanuit de wapenkunde. Luister.

Op een goede dag, vele jaren geleden, zat ik te filosoferen over de enorme berg historische vragen die onbeantwoord op mijn bureau liggen, toen mij plotseling een heldere flits door de geest schoot. De naam 'Montferrand' vind je terug in de naam Clermont-Ferrand. Clermont-Ferrand is de hoofdstad van het oude Auvergne en het regeringscentrum van het Frans departement Puy-de-Dome. Het is een dubbelstad: de oorspronkelijk zelfstandige steden Clermont en Montferrand werden in 1731 bij koninklijk besluit samengevoegd tot Clermont-Ferrand.
Maar dat is interessant! Clermont is immers de stad waar paus Urbanus II op 27 november 1095 de westerse wereld opriep tot de kruistocht tegen de islamieten die het Heilig Land bezet hielden en christenpelgrims het leven zuur maakten. En Montferrand is de burcht van de graven van Auvergne; graaf Willem van Montferrand was één van de eersten die zich het kruis voor de kruistocht opspeldden. In die richting moeten wij dus maar eens verder zoeken.

Er bestaat een indrukwekkende literatuur over de kruistochten, veel te veel om hier te noemen. En wellicht is nog lang niet alles in druk uitgegeven. Ik bespaar u het verhaal van mijn grootscheepse speurtocht en licht er enkele punten uit. Eén daarvan is dat wij in Syrië een burcht aantreffen als schakel in de grote keten van kruisvaardersburchten van de Dode Zee tot aan de Eufraat; hij heet Montferrand. Dit is de burcht die Huisman bedoelt; hij is zonder enige twijfel vernoemd naar de burcht Montferrand bij Clermont. Hij werd omstreeks 1115 door de kruisridders gebouwd op een strategische plaats om de omgeving onder controle te houden. Zou de stamvader van ons geslacht van den Bergh, Constantijn, een kruisridder kunnen zijn die deze naam na de eerste kruistocht omstreeks 1120 meebrengt naar onze streek? En heeft hij er de woontoren naar vernoemd die hij op de oude burchtheuvel Uplade bouwt? De heuvel met de ruïnes van de burcht van gravin Adela en Balderik die thans Montferland heet? (8)

Vast staat dat de deelnemers aan de kruistochten door de kennismaking met een totaal andere manier van oorlogvoering, een totaal andere manier van bouwen, een totaal andere cultuur allerlei nieuwigheden meebrachten naar het Westen. En algemeen wordt aangenomen dat de kruistochten ook de ontwikkeling van de heraldiek machtig hebben gestimuleerd. Het is juist op het gebied van de heraldiek dat wij één van de duidelijkste aanwijzingen vinden voor het verband tussen Constantijn en Montferrand en de kruistochten.

Het is zeer merkwaardig dat de wapens van Bergh en van Richard van Cornwall volkomen identiek zijn. Dit viel ook de genoemde archivaris Van Schilfgaarde al op, maar hij schrijft: 'Van eenig verband tusschen dezen vorst en de heeren van den Bergh is ons niets hoegenaamd gebleken.' (9) De gelijkheid tot in alle details kan echter onmogelijk toeval zijn: beide wapens moeten wel een gemeenschappelijke oorsprong hebben.
De oorsprong van het wapen van Richard van Cornwall kunnen wij vaststellen door zijn voorouders onder de loep te nemen. Richard (1209-1272) was een broer van koning Hendrik III van Engeland en zijn zuster was gehuwd met keizer Frederik Barbarossa; op 11 oktober 1240 werd Richard met volmachten van de keizer naar het Heilig Land gezonden om daar als onderkoning orde op zaken te stellen; in 1257 werd hij gekozen tot Rooms Koning en in Aken gekroond. Hoe de stamreeks van zijn voorouders verloopt, ziet u op het bijgevoegde schema. Daar blijkt dat Richards betovergrootvader Fulco V van 1131-1143 koning was van Jeruzalem; hij was gehuwd met Melisende en volgde zijn schoonvader Boudewijn II van Le Bourg (1118-1131) als koning van Jeruzalem op.
Dat het wapen van Richard van Cornwall in rechte lijn met de kruistochten en het koninkrijk Jeruzalem te maken heeft, is dus duidelijk genoeg. Voor het absoluut identieke wapen van het geslacht Van den Bergh hebben wij zo'n 'lijn' niet. Wij kunnen hoogstens zeggen dat de identiteit van beide wapens onmogelijk op toeval kan berusten en dat dus ook het wapen van Bergh met de kruistochten te maken moet hebben.
Het is goed hierbij in het oog te houden dat dit soort wapens oorspronkelijk herkenningstekens zijn voor een bepaalde groep mensen; eerst in een later stadium zijn het familiewapens geworden.

Enigszins aannemelijker wordt onze stelling, als wij het wapen zelf bestuderen. Wij zien in keel (=rood) een klimmende leeuw, goud gekroond en genageld, op een veld van zilver, omzoomd door een schildrand van sabel (=zwart), beladen met elf gouden besanten. Op het lakzegel waarmee Hendrik van den Bergh (1207-1245) een oorkonde van 1244 zegelt, vinden wij het voor het eerst in de archieven en het is de eeuwen door nooit veranderd.
- De klimmende leeuw is het wapendier dat aan de wieg staat van de heraldiek: rond 1100. Volgens deskundigen hadden de eerste heraldische wapens allemaal een leeuw. Ik vermoed dat dit dier verwijst naar de eerste grote triomfen die de kruisridders op de islamieten behaalden: bij Nicea en bij Dorylaeon. Hun grote tegenstander was daar Kilidsj Arslan. Arslan = leeuw; de naam betekent 'Leeuw met het Zwaard', 'Zwaardvechtende Leeuw'; hij wordt ook vertaald met 'Rode Leeuw'. De Kruisridders brengen hem tweemaal een verpletterende nederlaag toe en lopen dagenlang rond met de afgehouwen Seldsjoekenkoppen op hun lansen. Als trofee. En op hun vendels en schilden tekenen en schilderen zij Kilidsj Arslan, de Rode Leeuw. Als trofee. En als hun eigen herkenningsteken.
- Het zilveren veld in het wapen zou kunnen verwijzen naar het zilveren veld in het wapen van het koninkrijk Jeruzalem, dat een gouden Jerusalemkruis heeft op zilveren veld.
- De schildzoom verwijst in de heraldiek doorgaans naar een door een palissade of ringmuur omsloten ruimte: een schans, een burcht of vesting. In ons geval zou hiermee direct Montferrand bedoeld kunnen zijn.
- En dan die besanten! Zij herinneren duidelijk aan de kruistochten. Besanten beheersen in die tijd het wereldgeldverkeer en komen op bijna iedere bladzijde van de kruistochtverhalen voor. Zij zijn het gangbare internationale betaalmiddel en als losgeld vormen zij een enorme bron van inkomsten voor vriend en vijand.
- Tot besluit tel ik op de schildzoom elf besanten. Verwijst dit aantal misschien naar het jaar 1100: het jaar waarin het koninkrijk Jeruzalem ontstaat? U herinnert zich dat Godfried van Bouillon, onder wiens aanvoering Jeruzalem werd veroverd, zich 'Beschermer van het Heilig Graf' noemde en geen koningskroon wilde dragen waar Jezus de doornenkroon droeg. Zijn broer Boudewijn, die hem het volgend jaar, 1100, opvolgde, liet zich wel tot koning kronen. Daarmee was het koninkrijk Jeruzalem geboren.

Er zijn nog meer argumenten aan te voeren, waarom wij Constantijn in verband moeten brengen met de Kruistochten. Denkt u alleen maar aan de naam 'Constantijn' zelf. In ons West-Europa komt die naam buiten onze Constantijnen van den Bergh vóór 1200 niet in oorkonden voor. De naam verwijst naar het Nabije Oosten. Daar wemelt het van de Constantijnen. En weet u wat ik ook heb ontdekt: dat de legende van de Tempeliers op de Bijvank in Beek ook wel eens een kern van waarheid zou kunnen bevatten.
U moet alles nog maar eens nalezen in mijn boek 'Het Kerspel Beek in de Liemers'.

Eén ding is zeker: onze Constantijn bouwt zich rond 1120 een burcht in ons Berghse land en noemt hem Montferrand, een naam die hij hoogstwaarschijnlijk meebrengt van de eerste kruistocht. 'Mons ferrandus' betekent: 'Gevreesde, geduchte berg', 'Berg die ontzag inboezemt'. Het nageslacht van Constantijn noemt zich naar deze burcht: 'De Monte' = Van den Bergh. Namelijk 'De monte ferrando' = Montferrand. Wij noemen hem tegenwoordig Montferland.


 __________

1    R. Rentenaar: Vernoemingsnamen. Een onderzoek naar de rol van de vernoeming in de Nederlandse toponymie. Amsterdam 1982
2    A.P. van Schilfgaarde: Het Huis Bergh. Maastricht 1950 blz 31-35
3    A.G. van Dalen: Bergh, Heren land en volk. Nijmegen 1979 blz 25
4    F. Gorissen: Niederrheinländische Burgnamen. Amsterdam 1972 (Bijdragen en Mededelingen der Naamkunde Commissie van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen te Amsterdam XXVI) blz 42
5    J.A. Huisman: Die Kreuzzüge in den niederländischen Ortsnamen. Mededelingen van de commissie voor Naamkunde 39 (1963) blz 101-119
6    Rentenaar a w blz 349-350
7    Het Kerspel Beek in de Liemers. 2 Delen. Nijmegen 1999 blz 433-451    
8    Zie Van Dalen a w blz 14-18
9    Schilfgaarde a w blz 157


Verhalen van bezoekers

Uw verhaal plaatsen