1800 - 1900
De middeleeuwen kenmerkten zich door stank in de steden en de
haast onbegaanbare wegen op het platteland. In Gelre had de
landheer, de graaf en later de hertog, de zeggenschap over de
zogenaamde Heerenwegen. De hertog moest de veiligheid waarborgen om
"alle ghewelt te keeren". Ons dorp kent veel wegen die in oost -
west richting lopen. Zij verbinden de buurtschappen aan de oost- en
zuidkant van het dorp met de heidevelden en de bossen en met de
hooilanden aan het Flevomeer, de latere Zuiderzee. Veel brandhout,
heideplaggen, humus en strooisel voor de stallen werd over de
zandwegen per paardenwagen naar de boerderijen in Huinen en
Halvinkhuizen vervoerd. Vanaf de lage hooilanden in de polder werd
hooi naar de hoger gelegen boerderijen gebracht. De heidevelden en
de bossen enerzijds en de lage hooilanden anderszijds vormden de
basis voor het boerenbedrijf. In de Gouden Eeuw was de Arnhemse
Karweg een zeer belangrijke handelsroute. Vanuit Harderwijk, via
Arnhem trokken de handelslieden met hun waren naar Westfalen in het
Duitse Rijk. Omgekeerd kwamen veel marskramers en Tödden met
hun negotie en kledingstukken naar ons land. Via de Hessenwegen
kwamen ze ons land binnen. Vaak moesten ze onderweg bij de
tolhuisjes tol betalen. De Hessenwegen meden vaak de dorpen om te
voorkomen dat de Duitse kooplui de lokale middenstand concurrentie
zouden aandoen.
Vanuit het Putter- en Sprielderbos liepen de nodige wegen via de
Putter eng naar de laad- en losplaats bij Nulde.
Veel bosproducten, zoals brandhout, eek, boomschors van de eik, voor de leerlooierijen in Noord-Brabant en bosbessen en paddenstoelen werden over het water naar de grote steden in het westen en naar het zuiden vervoerd.
De stadhouder-koning Willem lll (1650 - 1702) bouwde het jachtslot Het Loo bij Apeldoorn uit tot een klein Versailles. Hij organiseerde grote jachtpartijen en daar had hij lange rechte wegen voor nodig om in de bossen te jagen op grof wild. In Putten werden dat de Oude en de Nieuwe Prinsenweg. Al deze wegen waren eeuwenlang onverhard. Pas in het begin van de 19e eeuw zijn soms grind, leem en keien gebruikt als verharding. De eerste klinkerweg in ons dorp is de Zuiderzeestraatweg die in 1831 is aangelegd, gevolgd door de Voorthuizerstraat in 1858. Vele wegen zijn nog lang onverhard gebleven.
Een grote verbetering voor de ontsluiting van ons dorp is in 1863 de aanleg van de spoorlijn Amersfoort - Zwolle. Toeristen komen per trein naar ons dorp voor de bossen en de heidevelden met hun zuivere lucht. Ook mensen met TBC komen daarom naar herstellingsoorden en pensions in ons dorp om te kuren.
In 1936 is de Nieuwe Rijksweg, nu inmiddels Oude Rijksweg,
aangelegd van betonelementen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn steeds
meer wegen binnen en buiten de bebouwde kom verhard.
In 1967 is de snelweg A28 aangelegd langs de Puttense kust. Deze
vormt sindsdien een goede verbinding met de andere delen van ons
land.
Wegen en spoorweg in Putten