Home > Snuffelen in... >Freedom Trail Arnhem > 05 Utrechtseweg 72

05 Utrechtseweg 72

Tijdens de slag om Arnhem hebben diverse eenheden via de Utrechtseweg / Utrechtsestraat (“Bovenover”) geprobeerd de Rijnbrug te bereiken. Dit lukte hen echter niet. Ze kwamen niet verder dan de omgeving van het gemeentemuseum en het PGEM kantoor. In dit verhaal wordt verteld over de eerste poging die door C Company op 17 en 18 september werd gedaan. Zij zouden komen tot in het PGEM gebouw op zondagnacht 17 op 18 september. De volgende dag, maandag 18 september, werden ze teruggeworpen door de Duitsers op het westelijker, tegenover het gemeentemuseum, gelegen Airborne House. Daar werden ze door de Duitsers gevangen genomen. Op 19 september ondernam het 2nd South Staffords Battalion in de vroege ochtend een poging. Zij kwamen bij het Gemeentemuseum terecht. A Company wist gedurende enkele uren het PGEM gebouw te bezetten. A Company trok zich later die ochtend echter terug op het Airborne House. Aan het begin van de middag voerden de Duitsers een tegenaanval uit. A Company werd in het Airborne House gevangen genomen. Ter herinnering aan de gevechten in het Airborne House en de omgeving daarvan is boven de deur van het Airborne House een plaquette geplaatst. 

Inleiding

Boven de deur van Utrechtseweg 72, beter bekend als het Airborne House, hangt een plaquette met het volgende opschrift:

‘In this building 30 members of the 1st British Airborne Div
heroically defended themselves
against superior forces from the 18th to the 19th of Sept 1944’.

In het midden is de Griekse held Bellopheron afgebeeld op zijn paard Pegasus. Beide figuren zijn ook in het blauw afgebeeld op het divisie-embleem van de 1st Airborne Division. Het stadswapen van Arnhem staat onder de Griekse mythologische figuren afgebeeld, en de naam ‘Airborne House’ is geheel bovenaan te zien. De plaquette ziet er fraai uit, maar helaas klopt de tekst niet. Het gebouw is namelijk twee keer verdedigd door Britse militairen, van twee verschillende eenheden, en op twee verschillende dagen. 

Voor de omnummering van de Utrechtseweg na de Tweede Wereldoorlog was Utrechtseweg 72 nummer 38 en werd het gebruikt als een kantoorpand van een groothandel in textiel. De heer J.A. Panhuijzen, de eigenaar van het huis, woonde destijds aan de Kemperbergerweg 51. Utrechtseweg 38 werd bewoond door de huisbewaarder, M. Bokhoven, en zijn zoon Martien.

C Company van het 2nd Parachute Battalion rukt op naar Arnhem

Op zondagmiddag 17 september 1944 trok de 1st Parachute Brigade op van de landingsterreinen naar de verkeersbrug en de schipbrug in Arnhem. C Company van het 2nd Parachute Battalion, onder bevel van majoor Victor Dover, had de taak gekregen om de spoorbrug bij Oosterbeek te veroveren en daarna het gebouw van de Ortskommandantur aan het Nieuwe Plein 37-39 te bezetten.

De landing van C Company bij Heelsum was beter verlopen dan verwacht, en er werd geen tegenstand ontmoet. Majoor Dover schreef na de oorlog in zijn rapport: 

“Binnen 30 minuten werd het eerste bericht naar het bataljonshoofdkwartier gestuurd over de sterkte van de compagnie en de uitrusting. Er waren slechts twee gewonden: een gebroken arm en een gebroken enkel. De reserve Brengun van het compagnieshoofdkwartier ontbrak en alle lichtgewichtmotorfietsen waren beschadigd. Alleen een vouwfiets was nog heel; alle andere wapens en uitrusting waren compleet en onze bataljons
“18 set” [een radio]  werkte goed. (….)

We volgden “A” Company langs de geplande route en er werd goede vooruitgang gemaakt, hoewel het duidelijk was dat de “walkie-talkies” binnen de compagnie geen succes waren. Er kon niks worden doorgeseind of ontvangen. Het enige alternatief was intercommunicatie met behulp van ordonnansen en dit systeem werd door de compagnie gebruikt tijdens de hele slag. De bataljons 18 set werkte nog steeds prima.

“A” Company rekende af met lichte tegenstand tijdens de opmars en hoewel we hen volgden hadden we nergens last van. Vijf gevangenen werden naar het bataljonshoofdkwartier gestuurd. Burgers boden informatie en praktische hulp aan en een aantal burgerfietsen werd aangeboden en door de compagnie aangenomen.”[1]

Poging tot veroveren van de spoorbrug bij Oosterbeek

C Company bereikte Doorwerth rond 16.00 uur in de middag en werd opgemerkt door H. Buhrs Jr. die zag dat een van de militairen gewond was:

“Het was met de “C” Compagnie dat ik mij van Doorwerth naar de spoorbrug begaf. Op die tocht had mijn meegaan niet de bedoeling tot gids te dienen, echter meer om de bagage van een aan de voet gewonde onderofficier te dragen (eerst op mijn rug, later op een van een burger gerekwireerde fiets).”[2]

Buhrs bevond zich in de kolonne vlak bij het compagnieshoofdkwartier. De kolonne trok verder langs de Benedendorpsweg en bereikte aan het einde van de middag de kerk van Oosterbeek-Laag. Dover vervolgt zijn verhaal:

“C” Company arriveerde bij een pad dat naar de spoorweg, ongeveer 600 meter verder, leidde en kreeg toestemming om de bataljonskolonne te verlaten en naar het doel te gaan. De burgers, hoewel erg enthousiast, veroorzaakten enige verlegenheid met hun aanhoudende vragen en adviezen. De compagnie rukte op richting de brug (…) [het Duitse luchtafweer]kanon en de [Duitse] zoeklichtapparaten waren zwaar beschoten vanuit vliegtuigen en de gebouwen waren beschadigd.  

7 Platoon, 8 Platoon en twee secties van 9 Platoon bleven bij de gebouwen terwijl luitenant Barry met de derde sectie van 9 Platoon de brug aanviel die nog zo’n 200 meter verder lag. De sectie veroverde en consolideerde de noordelijke kant van de brug, maar toen zij probeerde om de zuidelijke oever te bereiken werd de brug opgeblazen door een kleine Duitse groep aan de andere kant van de rivier. Luitenant Barry raakte gewond en nam niet meer deel aan de actie.”[3]

Verdere opmars naar Arnhem

De Nederlander Buhrs bevond zich bij de nabijgelegen steenfabriek met de rest van de compagnie en herinnert zich het volgende: 

“Toen de spoorbrug werd opgeblazen lag ik bij de staf in of bij de steenfabriek in de uiterwaarden rond zes à zeven uur ’s avonds. Toen bleek dat de troepen hier opbraken en in de richting Arnhem gingen, werd mij op mijn vraag of mijn aanwezigheid nog zin had, verzocht om als gids mee naar Arnhem te gaan.

We zijn toen via de Benedendorpseweg en de Klingelbeekseweg naar Arnhem gelopen. In of voor de tuin van het Oolgaardtshuis [destijds Klingelbeekseweg 19] werd bij een zaklantaarn [de] kaart gelezen en daarna werd de tocht voortgezet. (….) Aangezien mij was verzocht bij de staf te blijven, liep ik aan de kop van de troep (met de fiets aan de hand). Bij het Elisabeths Gasthuis stond een troepje Duitsers op een rij. Dat dit Duitsers waren bleek eerst op een afstand van enkele meters. Ik kan niet zeggen of deze waren bewapend, maar plotseling werd er geschoten en toen ik mij dekte via een boom achter het talud tegenover het ziekenhuis, volgden de Engelsen dit voorbeeld en vanuit deze stelling werden de Duitsers bestookt.” [4]

Het radiocontact met het bataljonshoofdkwartier was intussen al verloren gegaan en de radioman van C Company kon met niemand meer contact krijgen. Majoor Dover gaat verder:

“Alles ging goed totdat het leidende peloton het ziekenhuis bereikte waar ze ongeveer 40 Duitsers tegenkwamen opgesteld in rijen van drie aan de linkerkant van de weg op de oprit van het ziekenhuis. Een kort vuurgevecht volgde. De Duitse groep werd uitgeschakeld op een paar gevangenen na.

Het was nu erg donker en nog steeds kon de compagnie geen contact krijgen op de 18 set met het bataljonshoofdkwartier. Ik begon te twijfelen of het bataljon wel over de hoofdweg [Utrechtseweg]  was opgerukt. (Later bleek deze veronderstelling juist te zijn.) De compagnie vervolgde zijn weg door de stad (over de Utrechtsestraat) totdat we werden tegengehouden door zwaar vuur. (…) Twee pantserwagens en twee wegversperringen bevonden zich langs de weg. 8 Platoon vernielde deze versperringen met PIAT vuur, maar zware machinegeweren werden door de vijand opgesteld in de gebouwen aan beide zijden van de weg.”[5]

C Company neemt Centraal Beheer in

Plattegrond die de situatie rondom het 'Airborne House' in 1944 weergeeft (Copyright F. van Lunteren, naar een kaart van Th. Boeree)

Buhrs beschreef de gevolgde route als volgt:

“Na dit oponthoud [bij het St. Elisabeth Gasthuis] werd de tocht voortgezet tot het Gemeente Museum. In de tuin werd de kaart er nog eens bijgehaald. Het viel mij toen op dat de leidende officier mij vroeg de Bovenbergstraat op de kaart aan te wijzen. Ik waarschuwde nog voor het Gestapogebouw[6] (Utrechtsestraat 55) en dit werd doorzocht. Daarna zakten wij af in de richting van het station. Bovenaan de Utrechtsestraat werd op ons gevuurd door Duitsers (zoals later bleek oudere Wehrmachtsoldaten) vanuit de bocht bij het Burgerweeshuis.”[7]

De groep marcheerde verder naar het gebouw van Centraal Beheer, Utrechtsestraat 16. Een deel van dit huis werd bewoond door de familie Rinia van Nauta. Er werd intussen nog steeds gevuurd over de Utrechtseweg. Majoor Dover verzocht de bewoners om elders een veilig heenkomen te zoeken, en C Company nam vervolgens posities in verspreid over het hele pand. De Nederlandse gids Buhrs herinnerde zich van die nacht:

“In dit huis, dat op verzoek van de officier was ontruimd, hebben we met de gehele troep overnacht. (….) Dit grote herenhuis zat stampvol soldaten. De staf zat in de kelder. ’s Nachts werden nog 3 Wehrmachtsoldaten gevangen genomen, waaruit ik opmaakte, dat het huis niet alleen werd verdedigd, maar dat ook onze voorposten erop uittrokken.

’s Morgens vroeg kreeg de radioman kennelijk geen contact meer en werden de gezichten zorgelijker. De commandant deelde mij mee terug te moeten trekken naar enkele huizen verder. Om zeven of acht uur verliet hij met de troep het huis en liet achter: 3 Engelse gewonden, 2 Duitse gewonden, een Engelse Rode Kruissoldaat en mij.

Toen de laatste Engelse post was verlaten namen de Duitsers (SS) het huis grondig onder handen. Bij huiszoeking (aan mij de eer voorop te moeten gaan onder bedreiging) kwamen nog 2 Engelsen uit een kast.”[8]

Majoor Dovers rapport geeft een goed overzicht van zijn overweging om het huis te verlaten en verklaart de ‘zorgelijke gezichten’ die Buhrs had gezien:

“Om 02.00 uur sprak Majoor D.E. Crawley met me over de 18 set via “S” Company. Hij vertelde me dat “B” Company bij de schipbrug was gearriveerd. Ik vertelde hem waar ik was en mijn intentie om aan te vallen en “Victor” [code naam voor de Ortskommandantur] te bezetten zodra het licht werd. Dit was het laatste directe contact dat “C” Company maakte via de 18 set, maar net voor het licht werd ontving korporaal Millington nog een bericht op dat “B” Company en “S” Company naar het bataljonshoofdkwartier naar de verkeersbrug zouden gaan.

Mijn gedachte over de situatie op dat moment was als volgt: de bataljonscommandant had besloten om alle eenheden naar de verkeersbrug te halen (achteraf bleek deze gedachte te kloppen) en daarom was het niet langer zinvol om C Company geïsoleerd in het centrum van de stad te houden. Mijn conclusie was dat het in deze omstandigheden essentieel was voor C Company om zo snel mogelijk de verkeersbrug te bereiken en zich aan te sluiten bij de rest van het bataljon. De compagnie kreeg daarom van mij het bevel om dit gebied via de achtertuin te verlaten en in een rechte boog naar de rivier te gaan en daarna door te lopen naar de verkeersbrug.

Dit plan werd niet geheel uitgevoerd, omdat zodra we uit het huis waren de Duitsers aanvielen met tanks en 20mm pantserwagens. Het effect was dat de compagnie uiteen viel in kleine groepen. Tijdens deze gevechten werden de PIAT en de Gammon bommen allemaal gebruikt bij aanvallen op de vijandelijke gepantserde voertuigen en bij het opblazen van hoge muren en ijzeren hekken. De twee overgebleven pelotonscommandanten, luitenant D.E.C. Russell en luitenant I. Russell, werden afgesneden van hun eigen groepen. Bij mij bleef alleen over het compagnieshoofdkwartier, de plaatsvervangend compagniescommandant en resten van de compagnie – ongeveer 30 man in totaal.

De vijand stak de aangrenzende gebouwen in brand met vlammenwerpers en vuurde ook op het huis dat door de compagnie werden bezet. (…) De compagnies hoofdkwartiergroep die bij me bleef trok zich terug door de tuinen en over de muren aan de achterkant van het huis aan de Utrechtsestraat, stak een kleine weg over en blies een weg door een ijzeren hek aan de andere kant.[9]

Terugtrekking op het Airborne House

Het rapport van Majoor Dover gaat dan verder:

“De laatste opstelling werd gekozen in een huis ongeveer vier honderd meter van de plaats waar we hadden overnacht. (Dit huis is het nu bekende “Airborne House”.) Het huis werd aangevallen door vier pantserwagens met 20 mm kanonnen en twee tanks. Terwijl de aanval vorderde verschenen vijandelijke pantserwagens aan de rechterkant van het huis en na ongeveer drie kwartier waren ze in staat om het in brand te schieten en het huis binnen te gaan. Toen hield de tegenstand op.”[10]

Vader en zoon Bokhoven verlieten hun huis en keerden pas enkele dagen later even terug.[11] De aanwezige Britten in het pand werden gevangengenomen en door de Duitsers afgevoerd. Ook de groep van luitenant Ian Russell raakte later die morgen in krijgsgevangenschap.[12]

Ontsnapping van David Russell

Luitenant David Russell, geen familie van Ian Russell, slaagde er echter in om met zeven mannen te ontkomen en sloot zich aan bij luitenant James Cleminsons 5 Platoon van B Company van het 3rd Parachute Battalion in het stratencomplex ten westen van het St. Elizabeths Gasthuis.

Kort daarop verliet Russell de groep weer, omdat hij naar Oosterbeek wilde gaan om zich daar bij de hoofdmacht van de 1st Airborne Division te voegen. Twee van zijn mannen raakten afgesneden toen ze een straat, vermoedelijk de Oranjestraat, wilde over steken richting de Koepelgevangenis. Eén van deze verkenners, soldaat McKinnon, kwam uiteindelijk in Oosterbeek terecht en trok met de divisie mee terug over de Rijn in de nacht van 25 op 26 september 1944. Hij sneuvelde eind maart 1945 bij een andere luchtlandingsoperatie in Duitsland. Russell en zijn overgebleven manschappen bereikten het landgoed Den Brink en groeven daar schuttersputten, waar ze in overnachtten.[13]

2nd South Staffords Battalion

De volgende dag, dinsdag 19 september, werd Utrechtseweg 38 opnieuw bezet door een Britse eenheid. Die ochtend probeerde het 2nd South Staffordshire Battalion van luitenant-kolonel Derek McCardie via de Utrechtseweg door te breken naar de brug, terwijl de 1st en 3rd Parachute Battalions een weg over Onderlangs probeerden te vinden.

Om 04.45 uur die ochtend begon het 2nd South Staffords hier met een aanval om te proberen via de Utrechtseweg en de Utrechtsestraat[14] door te dringen naar de verkeersburg. Een uur later bereikte D Company van dit bataljon het Gemeente Museum na zware verliezen te hebben geleden.[15] Hier werd er halt gehouden omdat er nog maar enkele officieren over waren met minder dan de helft van de compagnie. Alleen de Canadese luitenant Albert E. Boustead was niet gewond geraakt en hij kreeg het bevel over het restant van D Company. Boustead en zijn mannen groeven zich in aan de zuidkant van het Gemeente Museum.[16]

 

Foto van de Canadese luitenant Albert E. Boustead (links) met zijn Engelse nichtje en de Canadese luitenant John E. Erskine. Beide officieren gaven zich in Engeland op als CANLOAN officier. Het Britse leger kampte in 1944 met een ernstig tekort aan lagere officieren, terwijl Canada juist een overschot kende. Onder de 'CANLOAN' regeling werd Canadese officieren de kans geboden om in het Britse leger te vechten. Boustead en Erskine werden ingedeeld bij D Company van het 2nd Battalion The South Staffordshire Regiment. (Foto via mevrouw Boustead. Collectie Freedom Trail Arnhem, Gelders Archief)

A Company verovert Utrechtseweg 32

Na een korte pauze om te hergroeperen veroverde B Company het Gemeente Museum en rond 07.00 uur werd Majoor Henry Lane met zijn A Company naar voren gestuurd om de gebouwen van de Provinciale Gelderse Electriciteits Maatschappij (P.G.E.M.) aan de noordkant van de Utrechtsestraat te veroveren. Een deel van het compagnieshoofdkwartier en 10 Platoon bleef achter bij B Company in het Gemeente Museum. Luitenant David Russell en zijn groepje van het 2nd Parachute Battalion bevonden zich hier ook bij. Zij hadden zich eerder die ochtend bij A Company aangesloten.[17] De compagnie slaagde er in om een van de twee gebouwen, Utrechtsestraat 32, te bezetten, maar werd er weer uit verdreven. Een nieuwe aanval was wel succesvol en A Company nestelde zich in het gebouw. Het was inmiddels bijna 08.00 uur in de morgen.[18]

De aanval werd tijdelijk gestaakt om een nieuwe aanval te coördineren met het 11de Parachute Battalion dat achter het 2nd South Staffords aankwam. De Duitsers benutten deze tijd om een  infanterie aanval uit te voeren gesteund door een aantal tanks. Het was voor A Company niet mogelijk om de tanks tegen te houden die in de richting van het Gemeente Museum reden, maar ze slaagden er wel in om de Duitse infanterie op te houden.

Aan het einde van de ochtend werd het duidelijk voor de officieren en soldaten van A Company dat hun positie langzaam maar zeker onhoudbaar werd. Om contact te blijven houden met de rest van 2nd South Staffords bij het Gemeente Museum trokken ze zich terug en bezetten de huizen recht tegenover het Gemeente Museum, waaronder Utrechtseweg 38.[19]









Duitse eenheden met gemotoriseerde kanonnen komen via de Zypendaalse poort, Willemsplein en Station en vegen de Utrechtsestraat en Utrechtseweg schoon (Collectie Bundesarchiv)

Tegenaanval van de Duitsers

Kort na het middaguur werd door luitenant-kolonel McCardie de order gegeven om terug te trekken naar een tweede verdedigingsstelling van C Company en de Support Company enkele honderden meters naar het westen, maar dit bericht bereikte A Company niet. Het officiële bataljonsverslag vermeldt over de gebeurtenissen op dinsdagmiddag:

“Ongelukkig genoeg op het moment dat het bevel kwam om terug te trekken, bestormde een grote groep Duitsers, die zich ongezien in een huis op ongeveer 20 meter afstand van het klooster [het Gemeente Museum] hadden verzameld, het gebouw en kwam binnen door een gat dat door gemotoriseerde kanonnen was gemaakt en vrijwel meteen verschenen Duitse Tiger tanks. Vanaf dat moment werd het allemaal erg verwarrend. Niemand van A Company aan de noordelijke kant van de weg kon ontsnappen en het is waarschijnlijk dat het bevel om terug te trekken hen nooit heeft bereikt. Toen ze voor het laatst gezien werden, vochten ze hard terug.”[20]

Tegen 14.00 uur in de middag werd A Company in kleine afzonderlijke groepen overrompeld en gevangen genomen. Ook de groep in Utrechtseweg 38 werd daarbij krijgsgevangen gemaakt.[21]

Luitenant Boustead als krijgsgevangene in Duitsland.(Foto via mevrouw Boustead. Collectie Freedom Trail Arnhem, Gelders Archief)

De eerder genoemde luitenant Albert Boustead raakte gewond aan zijn been door een scherf van een mortiergranaat werd naar het Gemeente Museum gebracht. Hier werd hij krijgsgevangen gemaakt.[22] Luitenant Russell bevond zich in het museum en besloot om, na overleg met majoor Lane, het gebouw over te geven: de tegenstand was te groot en ze konden niets uitrichten tegen de Duitse tanks en gemotoriseerde kanonnen.[23]

 

Britse para's worden gevangengenomen ter hoogte van het museum. (Collectie Bundesarchiv)
Dezelfde panden aan de Utrechtseweg anno 2007 (Collectie Gelders Archief)

De Utrechtseweg ter hoogte van het Gemeentemuseum blijft leeg achter na de Duitse tegenaanval (Collectie Bundesarchiv)
Burgers vluchten voor het strijdgewoel; hier op de hoek van de Utrechtsestraat en de Bergstraat (Collectie Bundesarchiv)

Gevangen genomen Engelse para's worden afgevoerd via Renssenstraat, station, Jansbinnensingel naar Musis Sacrum (Collectie Bundesarchiv)

Plaquette

Kort na de oorlog werd er door de heer Panhuijzen, de eigenaar van het pand, besloten om een plaquette te laten aanbrengen op de gevel van zijn kantoorpand om de verdediging van het huis te gedenken. Van huisbewaarder Bokhoven had hij gehoord dat 30 Engelsen – de groep van majoor Dover – zich twee dagen in het gebouw hadden bevonden en het vastberaden hadden verdedigd. Bij de onthulling van het de plaquette waren de heer en mevrouw J. Peck, eerste secretaris van de Britse ambassade in Den Haag, en majoor Bell, een oud-vertegenwoordiger van de Militaire Attaché van de Britse ambassade, aanwezig.[24]

Helaas bleek de tekst op de gevelsteen dus niet juist te zijn. Toch herinnert de plaquette aan de felle gevechten die in de omgeving van het Gemeente Museum hebben plaatsgevonden en houdt daardoor de inzet van de Britse 1st Airborne Division bij hun poging om de Rijnbrug te bereiken levend.

Naar boven


[1] Major Victor Dover, ‘Arnhem Airborne Operation.’ Battle report by Major Victor Dover, M.C., i/c “C” Company, 2nd Battalion, The Parachute Regiment (1945). Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[2] Brief H. Buhrs jr. aan luitenant-kolonel b.d. Theodoor Boeree, 27 oktober 1952. Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[3] Major Victor Dover, ‘Arnhem Airborne Operation.’ Battle report by Major Victor Dover, M.C., i/c “C” Company, 2nd Battalion, The Parachute Regiment (1945). Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[4] Brief H. Buhrs jr. aan luitenant-kolonel b.d. Theodoor Boeree, 27 oktober 1952. Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[5] Major Victor Dover, ‘Arnhem Airborne Operation.’ Battle report by Major Victor Dover, M.C., i/c “C” Company, 2nd Battalion, The Parachute Regiment (1945). Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[6] Buhrs bedoelde het kantoor van de SD.

[7] Brief H. Buhrs jr. aan luitenant-kolonel b.d. Theodoor Boeree, 27 oktober 1952. Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[8] Ibidem.

[9] Major Victor Dover, ‘Arnhem Airborne Operation.’ Battle report by Major Victor Dover, M.C., i/c “C”Company, 2nd Battalion, The Parachute Regiment (1945). Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[10] Ibidem.

[11] Brief Martien Bokhoven aan luitenant-kolonel b.d. Theodoor Boeree, 13 november 1952.

[12] Martin Middlebrook, Arnhem. Ooggetuigenverslagen van de Slag om Arnhem (Baarn 1994) 187.

[13] Telefoongesprek Frank van Lunteren met David Russell, dinsdag 8 mei 2007.

[14] Vanaf station Arnhem tot aan Utrechtseweg 85 (in de oorlog nummer 55) is de Utrechtsestraat en vanaf daar tot aan de splitsing met Onderlangs heet het verder de Utrechtseweg

[15] Alex Junier, Bart Smulders en Jaap Korsloot, By Land, Sea and Air. The history of the 2nd Battalion The South Staffordshire Regiment, 1940-1945 (Renkum 2003) 108.

[16] Telefoongesprek Frank van Lunteren met Mrs. Albert E. Boustead, vrijdag 27 april 2007.

[17] Telefoongesprek Frank van Lunteren met David Russell, dinsdag 8 mei 2007.

[18] ‘2 South Staffords 19 September. Possible sequence of events’, bijlage in een brief van Lieutenant Colonel G.W. Harris aan luitenant-kolonel b.d. Theodoor Boeree, 2 januari 1953.Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[19] Ibidem.

[20] 2nd South Staffords at Arnhem, 17-25 September 1944. http://www.pegasusarchive.org/arnhem/war_2ndStaffs.htm

[21] ‘2 South Staffords 19 September. Possible sequence of events’, bijlage in een brief van Lieutenant Colonel G.W. Harris aan luitenant-kolonel Boeree, 2 januari 1953. Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

[22] Telefoongesprek Frank van Lunteren met Mrs. Albert E. Boustead, vrijdag 27 april 2007.

[23] Telefoongesprek Frank van Lunteren met David Russell, dinsdag 8 mei 2007.

[24] Brief J.A. Panhuijzen aan luitenant-kolonel b.d. Theodoor Boeree, 8 september 1952. Gelders Archief, Documentatiecollectie Boeree, inventarisnummer 18.

Taal/LanguageNLEN