20 Airborneplein
De gevechten tijdens de Slag om Arnhem en de daarop volgende geallieerde bombardementen en artilleriebeschietingen lieten grote schade achter in Arnhem. Het gemeentebestuur, onder leiding van burgemeester Chris Matser, maakte na de bevrijding daarom niet alleen plannen voor het herstel van gebouwen en wegen, maar ook voor nieuwbouw. Zo verdween de Arnhemse tram uit het straatbeeld en maakte dit vervoermiddel plaats voor de trolleybus in 1949. Tramrails werden daarom overal verwijderd en de straten moesten daarvoor (deels) worden opgebroken.
Een tijdelijk monument
Om de doorstroom van het verkeer goed te kunnen bevorderen, werd besloten om het stratenplan drastisch te herzien. Een kleine bomkrater op de Nijmeegseweg werd als argument gebruikt om het plan voor de aanleg van een rotonde ter hoogte van de Boulevard Heuvelink en de Walburgstraat door te kunnen voeren.
Midden in het Airborneplein, ook wel bekend als “de Berenkuil”, staat het restant van de enig overgebleven zuil van het vooroorlogse Paleis van Justitie. Gemeentearchitect Johannes van Biesen had voorgesteld om het brokstuk te gebruiken als een tijdelijk monument voor de Slag om Arnhem.[1] Door steenschaarste werd deze zuil gebruikt als standbeeld en door de bekende Arnhemse beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof (1899-1965) bewerkt en op een voetstuk geplaatst. De tekst die hij op het beeld beitelde, luidt: ’17 SEPTEMBER 1944’. Het werd op 17 september 1945, precies een jaar na het begin van de Slag om Arnhem, onthuld door mr. Schelto baron van Heemstra – de commissaris van de Koningin in Gelderland – en generaal-majoor Robert E. Urquhart, de voormalige commandant van de Britse 1st Airborne Division. Het gedenkteken stond toen niet ver vanaf de Nijmeegseweg, die over Rijnbrug loopt.
Vier jaar later kreeg Jacobs van den Hof van het Arnhemse Airborne Comité de opdracht om een nieuw, permanent oorlogsmonument te ontwerpen. De organisatie wilde dit nieuwe gedenkteken op het Kerkplein plaatsen (zie ook punt 25 Kerkplein). Het oude monument bij de noordelijke brugoprit kon volgens de comitéleden wel verdwijnen. Burgemeester Matser en zijn wethouders waren het met het laatstgenoemde niet eens. Ook ambtenaren van Gemeentewerken protesteerden – en met succes.[2]
De aanleg van het Airborneplein
Het college van burgemeester en wethouders had op 1 juni 1945 een studie-commissie ingesteld om het stadsplan voor Arnhem te ontwerpen. Dit was een soort aanbeveling van ingenieurs en architecten, en werd vervolgens gebruikt bij het opstellen van de wederopbouwplannen. Ook burgemeester Matser had zitting in de commissie, als voorzitter. Een van de belangrijkste onderwerpen was het toekomstige verkeersaspect: “Hoe is het mogelijk nu en in de toekomst de behoeften van het interlocale verkeer te verzoenen met de eisen van het stadsverkeer en met de overige facetten van het stedelijke leven?” staat onder meer te lezen in Arnhems Stadsplan (1953).[3] In dit rapport komt onder meer het idee naar voren om een rotonde aan te leggen tussen de noordelijke brugoprit en de Lauwersgracht.
De plannen voor de rotonde werden goedgekeurd door de gemeenteraad, en in 1955 werd begonnen met de aanleg. De vorm was speciaal: vier fietstunnels die vanaf de Eusebiussingels uitkomen op een lager gelegen rotonde binnen de rotonde. Midden in die fietsrotonde planden ingenieurs J. Enklaar en J.J. Spaargaren van Gemeentewerken een rond grasperk, waar het ‘tijdelijke’ monument van Jacobs van den Hof werd geplaatst.[4] In Arnhems Stadsplan werd hierover geschreven:
“Er is gebruik gemaakt van het bestaande hoogteverschil [de Nijmeegseweg loopt omhoog richting het noordelijke deel van de Rijnbrug], door op het niveau van de naburige straten een circuit voor voetgangers en fietsers te projecteren, door tunnels bereikbaar. Het verkeersplein voor motorvoertuigen ligt daarboven. Tenslotte is de mogelijkheid open gelaten door middel van een tunnel die onder het wielrijderscircuit doorloopt een directe verbinding tussen de Boulevard Heuvelink en de binnenstad tot stand te brengen.”[5]
De laatstgenoemde tunnel is overigens nooit aangelegd.
Een tweede monument
De steen met het ‘airborne’-embleem, die eveneens werd ontworpen door Gijs Jacobs van den Hof, werd op 17 september 1953 door koningin Juliana onthuld bij het begin van de negende herdenking van de Slag om Arnhem. Het embleem stelt de Grieks-mythologische figuur Bellopheron voor op zijn vliegende paard Pegasus. Dit embleem was afkomstig van het ‘nieuwe monument’ dat Jacobs van den Hof voor het Kerkplein had gemaakt (zie punt 25).
Brug naar de toekomst
In september 1994 werd een derde monument toegevoegd: een betonsteen met daarop de tekst ARNHEM 1944 – 1994 BRIDGE TO THE FUTURE (Brug naar de toekomst). Deze tekst refereert aan het gelijknamige lesproject voor het lager onderwijs van de Stichting Airborne Herdenkingen dat in datzelfde jaar werd gelanceerd. Het motto van deze lescampagne is inmiddels een begrip geworden in de jaarlijkse ontmoetingen tussen Britse veteranen en Arnhemse scholieren.
[1] J. Vredenberg, Wederopbouw. Stedenbouw en architectuur in Arnhem 1945-1965 (Utrecht 2004), 24.
[2] Vredenberg, Wederopbouw, 24.
[3] Studiecommissie voor het Stadsplan Arnhem, Arnhems Stadsplan. Rapport van de studiecommissie voor het Stadsplan Arnhem (Arnhem 1953), 89.
[4] Vredenberg, Wederopbouw, 24
[5] Studiecommissie voor het Stadsplan Arnhem, Arnhems Stadsplan, 116.

