
Gelderland wordt wel het groene hart van Nederland genoemd. Met ruim vijfduizend vierkante kilometer is het de grootste en groenste provincie. De hoofdstad Arnhem had al vanaf de 19de eeuw een grote aantrekkingskracht op toeristen, met name door zijn ligging langs de stuwwal, de lager gelegen Rijn en de prachtige natuur met de vele landgoederen en kastelen. Vandaar de bijnaam 'het Wiesbaden van het Noorden'.
Trein-, stoom- en paardentramverbindingen maakten het mogelijk om er op uit te trekken. Hotels en pensions schoten als paddestoelen uit de grond. Landgoederen werden voor wandelaars opengesteld en voorzien van extra attracties zoals de Bedriegertjes bij Kasteel Rosendael. Rond 1900 deed de prentbriefkaart zijn intrede, een middel om thuisblijvers te laten delen in de vakantievreugde. Nu blijken vele een belangrijke bron vormen voor historisch onderzoek van gebouwen en dorpsgezichten.
Er ontstonden vele recreatieve trekpleisters zoals de Julianatoren in Apeldoorn (1910) en Burgers Dierenpark (1922). Door de toenemende industrialisatie en verstedelijking dreigde een grote rijkdom aan Nederlandse tradities en regionale verscheidenheid verloren te gaan. Op initiatief van een aantal 'bezorgde' particulieren werd in 1918 het Nederlands Openluchtmuseum opgericht waar het regionale erfgoed een plek kreeg.
De rijke natuur van de Veluwe en Achterhoek werd ontdekt. Al voor de eerste Wereldoorlog verrezen hier houten zomerhuisjes, later gevolgd door vele campings, recreatie- en bungalowparken. Bos en heide, het rivierenlandschap, de attracties zijn nog steeds populair: ze maken Gelderland tot vakantiebestemming nr 1!
Nederland staat bekend om zijn molens, klompen, tulpen en... fietsen! Geniet in Velorama van de historie van het zo geliefde stalen ros. Het museum toont een compleet overzicht van de...